| Na een degelijke intake en een gesprek hierover
(beide kosteloos) volgt eventueel onderzoek op de werkplek. Dan
formuleren opdrachtgever, deelnemers en trainer samen de doelstelling
voor de training en hoe het resultaat gemeten wordt.
In de training gaat het om alternatief gedrag van deelnemers en
het oefenen hiervan.
De trainer zorgt voor een veilig klimaat waarin fouten gemaakt
kunnen worden om er beter van te worden.
Daarbij worden die technieken uitgezocht die bij de groep passen.
De werkervaring en het niveau van deelnemers is daarbij telkens
uitgangspunt.
In elke bijeenkomst is aandacht voor Gedrag Gevoel en Verstand
van deelnemers.
Er wordt telkens een stukje informatie gegeven waarna het begrip
middels mini-opdrachtjes getoetst wordt. Ook wordt iedere sessie
gevraagd naar beleving, feedback en praktijk van deelnemers . Daarna
wordt uitgebreid geoefend met nieuw gedrag.
Ook zijn er huiswerkopdrachten voor in de werksituatie, die de
volgende keer nabesproken worden.
Deelnemers die niet bezig zijn met oefenen hebben concrete observatie-opdrachten,
die nabesproken worden. Op die manier blijft ieder lid betrokken
bij het oefenthema.
De training wordt afgesloten door met deelnemers te bespreken in
welke mate de doelstelling behaald is.
Als er zaken aan de orde komen die voortgang blokkeren maar buiten
de doelstelling vallen, dan wordt de groep door de trainer ondersteund
door gericht door te verwijzen..
|